Kaarten NKDE

Kaarten bij artikel voor de de NKDE (De Nederlandse Kring van Drascombe Eigenaren) in de rubriek ‘Onze boot heet daarom waarom’
Voor de geïnteresseerden volgt hieronder het hele artikel.

 

Over het kiezen van een naam voor een zeegaande boot moet je niet lichtzinnig doen. Ten eerste dient een goede scheepsnaam de veiligheid, door de zeegoden gunstig te stemmen. Ten tweede dient een goede scheepsnaam de communicatie, door niet onbegrijpelijk of te algemeen te zijn. Tenslotte is het meegenomen dat de naam past bij de boot en de schipper bevalt.

Voor onze Drascombe lagen twee keuzes voor. Een watergebonden vogel, min of meer naar z’n amfibisch gedrag, of een historische topografische naam, geïnspireerd door de rijke geschiedenis van boot’s toekomstig vaarwater.
Kennis omtrent de geschiedenis van het IJsselmeer en Waddenzee kwam niet verder dan Flevo en Almere. Alles wat er op de oudste kaarten aan naamgeving van stromen, banken en bijzonderheden is te zien, werd met de loep doorgenomen zonder resultaat.
De bijzondere gelijkenis van de Coaster met vogelfamilie Stern was treffend. Scherpe snavel, bol koppie, raampjes als oogjes en een lange oplopende staart. Stern was een optie maar te algemeen. Witte Stern was meer uitgesproken en beter ook gezien de kleur, maar helaas, een exoot.

Uitkomst bracht een dwaaltocht door het ethymologisch woordenboek, die de naam “Enedseae” liet zien in de beschrijving van het woord ‘eend’. De watervogel die zich gelijk de boot, over inplaats van door het water begeeft. Enedseae klonk mystiek, historisch, vrolijk en onbekend.
Enedseae betekend eendenzee, afgeleid van het Germaanse anud-saiwa (eend-zee), en is de vroegst bekende naam van het voormalige eiland Ens. Het latere Schokland dat nu verdroogd in de Noordoostpolder ligt. Een oorkonde uit 793 maakt er voor het eerst melding van. Een uit 1150 daterend register noemt het “Endesle”. Tenslotte komt in 1302 “Enesce” en in 1324 “Enze” voor.

Enedseae dus, een historisch, nautisch toponiem, vernoemd naar een watervogel. Een bijna vergeten naam. Romantiek dat doet denken aan een tijd van zachte oevers en vrije stromen. Een stil protest tegen inpoldering en bedijking. Gewapend met deze naam werd de boot zonder veel rituelen omgedoopt op het strand van Schellinkhout.

Na het seizoen werden de boeken weer opengeslagen op zoek naar meer verhaal achter de naam. De oorkonde uit 793 brengt ons terug naar de vroege middeleeuwen (500-1050 n.Chr.). Door geologisch onderzoek kunnen we een reconstructie maken van het IJsselmeer rond 800, dat toen veranderde van zoetwater veenmeer tot brakwaterlagune. Door een toenemende invloed van de Noordzee werden zeegaten en geulen groter. Steeds meer veengronden rond het veenmeer werden weggeslagen.
Een centraal gelegen groot eiland, waar Schokland en Urk later van resteerden, was zuidoostelijk door een veenrug met het hoge land verbonden. Die verbinding werd doorsneden door de oude loop van IJssel ten zuiden van het huidige Schokland waar de oudste nederzettingsresten gevonden zijn. Bewoning schijnt er toen niet geweest te zijn want alle archeologische vondsten uit de Noordoostpolder dateren van vóór de 4e of na de 8e eeuw.

Terug naar de oorkonde. In de latijnse tekst wordt geen melding gemaakt van een eiland of plaats maar wel van een grens, “Land dat zich uitstrekte van Berilsi tot onder de grens met Enedseae”. Die grens was waarschijnlijk de oude IJsselloop, dat wat er boven lag was Enedseae. “Berilsi” is de naam van een verdronken nederzetting die men lokaliseert in het “Seaeuuald” of “Suifterbant”, een zompig bos gelegen tussen Enedseae en “Thornspiick”, het latere Elburg.
Urk, de op het eiland gelegen hoge keileembult, werd pas later (966) een zelfstandig eiland, vernoemd naar z’n kenmerk de “Ork”. Een naam waarin men een heilige prehistorische betekenis vermoed. Het bij het hoge land gelegen deel bleef Enedseae of Ens heten. Na 1000 werden beide eilanden steeds kleiner door voortdurende landverliezen aan een verziltende zee.

Enedseae kan dus in de 8e eeuw en mogelijk ook daarvoor, de naam van het grote eiland in het veenmeer zijn geweest. De letterlijke betekenis van Enedseae en de aannemelijkheid van veel eenden in een veenmeer, doet vermoeden dat het eiland vernoemd is naar het water waar het in lag. De Germaanse oorsprong van de naam wijst op gebruik door ongeletterde Friezen die toen het kustgebied bevolkten. De directe invloed van de Romeinse naam “Flevo” strekte zich niet boven de Rijn uit en is in de 8e eeuw in onbruik geraakt. Het water waar Bonefatius in 754 het Cristendom van Utrecht naar Friesland voer werd “Aelmere” genoemd en omschreven als een “stagnum”, een rustige zoetwaterplas. Tot de 12e eeuw blijft het grote meer “Almere” heten maar in de 12e en 13e eeuwse bronnen wordt geen specifieke benaming meer aan het water gegeven. In 1340 komt voor het eerst de naam “Sudersee” voor.

Waarheid, fantasie of geschiedsvervalsing, gesteld kan worden dat Enedseae, de naam van onze Drascombe, de lokale naam was van het grote eiland gelegen in de oer binnenzee van Nederland. Een eiland vernoemd naar haar omringende water. Land noem je niet zomaar zee. Voor ons het laatste woord…

IJssel-meer
Sudersee
Aelmere
Flevo
Enedseae

Enedseae schipper, Earik Ayo Wiersma
Amsterdam, 2002

Bronnen en literatuur
Blok, D.P., “Een diplomatisch onderzoek van de oudste particulier oorkonden van Werden” Assen 1960
Berkel, G.van, Samplonius, K., “Het plaatsnamenboek” Houten 1989
Rappol, M., Soonius, C.M., “In de bodem van Noord-Holland” Amsterdam 1994
Geurts, A.J., “Schokland de historie van een weerbarstig eiland” Zutphen 1991
Chandali, R., “Schokland revisited” Zutphen 1992
Triest, J.C.van, “Omme noetsz will der zee” Amsterdam 1981
Heide, G.D. van der, “Van landijs tot polderland. Tweeduizend eeuwen Zuiderzeegebied” Naarden 1972

Terug naar ,